Jezelf zijn op het werk (zonder burn out)!

Wat jezelf zijn op het werk met elastiekjes en nepbloemen te maken heeft? Persoonlijkheids-wetenschapper Brian Little onthult het met zijn revolutionair onderzoek naar jezelf zijn én goed functioneren op het werk, met als bonus jezelf een burn out besparen.

Laten we beginnen met de feiten: er is een verschil tussen jezelf en je werk-zelf. Op zich niks mis mee. Heeft praktisch iedereen.

Op je werk ben je vaak de nét iets betere versie van jezelf. Waar je thuis je afwas zou laten slingeren, zet je hem op kantoor netjes in de vaatwasser of op het afruimrek. En waar je thuis gerust een volledige zaterdagmiddag chagrijnig door het huis kan banjeren, blijf je op kantoor zoveel je kan de beleefde, sprankelende en opgewekte versie van jezelf.

jezelf-zijn-op-het-werk-4

Het is je werkpersoonlijkheid – en praktisch iedereen heeft er wel een. Maar waar ligt de gevaarlijke grens tussen ‘een andere versie van jezelf’ en ‘een heel andere zelf’ zijn? Bén jij wel nog jezelf op het werk? Of voelt je aanwezigheid op het werk zo vermoeiend als balanceren op een slap koord?

Jezelf zijn op het werk: waar ligt de grens?

Het kan zijn dat de rol die je op het werk ‘speelt’ toch net iets te ver van je werkelijke zelf af ligt. Of zelfs héél ver.

Hoe je dat herkent?

  • Je voelt je vaak uitgeput en vooral heel leeg en mat als je ‘s avonds thuis komt.
  • Je ziet op zondag met regelmaat op tegen de maandag, omdat je dan weer aan de bak moet. Extra hard, want jij moet naast je werktaken ook nog je rol hooghouden.
  • Je hebt het idee dat je een hoop ballen in de lucht moet houden, met een steeds groter wordende kans dat je er één laat vallen. Je ben je altijd bewust van je houding en kunt nooit echt ontspannen, ook niet in de pauze, wanneer het niet van je drukke werktaken afhangt.

Moe, mat, weerzinwekkend en altijd gespannen dus. Niet gek, die kenmerken. Het is namelijk simpelweg niet vol te houden, zeggen wetenschappers, wanneer je werk-zelf té ver van je zelf-zelf ligt.

Je riskeert met niet jezelf zijn op het werk hartkloppingen, hoge bloeddruk, overspannen spieren, een verlaagd immuunsysteem en meer van dat soort (gevaarlijke) kwalen. Waar je die ook alweer van kent? Juist, het zijn alle kwalen die met stress te maken hebben. Alle stress-verschijnselen die er mogelijk zijn, steken de kop op als jij jezelf niet bent.

Voor langere periode, tenminste. Je kunt dat ‘perfecte collega spelen’ best een tijdje volhouden zonder neven-effecten, en zonder dat je direct doorhebt dat het slecht voor je is. Het kan zelfs een tijdje in je voordeel werken, op sociaal of zakelijk vlak. Totdat je je grens bereikt (die bij iedereen ergens anders ligt). Ga je daar overheen, dan is het menens.

Het spanningsveld tussen jezelf én ‘de perfecte collega’ zijn

Dr. Brian R. Little, persoonlijkheids-wetenschapper, publiceerde een belangrijk onderzoek in het academisch blad ‘Academic Matters’ over je karakter aanpassen op het werk en hoe ver je daar in kunt gaan (totdat je eigen zenuwstelsel het begeeft).

jezelf-zijn-op-het-werk-3“De meeste professionals worden geacht open te zijn, nauwkeurig, gemiddeld extravert, aangenaam in de omgang, meegaand en liever mentaal stabiel dan neurotisch.

Hoewel we daar variaties van accepteren, wordt het als ‘raar’ gezien wanneer deze kenmerken te zeer afwijken – zelfs kenmerken naar de positieve kant.”

Wat hij daar mee wil zeggen?

Een collega die gesloten, nonchalant en chagrijnig is, wordt over het algemeen niet als ‘gewaardeerd collega’ gezien. Maar te spontaan, aanwezig en open zijn is óók weer niet goed; dit wordt als ‘ongepast’ en ‘niet discreet’ gezien. Ben je té nauwkeurig, dan ben je een azijnpisser. Ben je té meegaand dan wordt dit al gauw gezien als zwakheid. Eigenlijk wordt elke sterke afwijking van ‘de perfecte collega’ niet gewaardeerd.

Maar er ís wel speelruimte tussen ‘perfect zijn’ en ‘jezelf zijn’. “Free traits”, noemt dr. Little ze. Het zijn lichte variaties op het standaardpakket van degene wie je op het werk zou moeten zijn. En die kun je opzoeken om in elk geval dicht bij jezelf te blijven.

“Free traits” – de brug tussen perfect en jezelf zijn op het werk

jezelf-zijn-op-het-werk-5

Wat dr. Little precies met zijn ‘free traits’ bedoelt, is dat iedereen een bepaalde persoonlijkheid heeft met kenmerken waar hij of zij niet omheen kan; verlegenheid, arrogantie, levendigheid, enzovoorts. Maar die persoonlijkheid heeft ook de ruimte om ‘m zo nodig een klein beetje op te rekken in bepaalde situaties. Op je werk bijvoorbeeld. Je ‘free traits’ zijn dus eigenlijk de ‘rekbare kenmerken’ van je persoonlijkheid.

Het is één van de vele overlevingsinstincten in ons systeem. Maar het systeem kan ook vastlopen. Wanneer je deze grenzen te ver en te lang oprekt, zegt dr. Little:

“Wanneer de ‘free traits’ succesvol gebruikt worden, heeft het een positieve uitwerking op je persoonlijke doel. Korte uitvoeringen ervan zijn niet kostbaar. Ze zijn kort en krachtig, en we kunnen er daarna snel van herstellen.

Maar op lange termijn je karakter aanpassen is wél kostbaar. Het verhoogt de activiteit van je vecht- of vluchtsysteem in het zenuwstelsel en kan burn out veroorzaken.”

Je ‘free traits’ zijn dus eigenlijk als elastiekjes. Ze zijn er om op te rekken, maar doe je het te lang en te ver dan wordt het elastiekje slap – of kan zelfs knappen. Om de elastiek fit te houden, laat je het telkens na een oprekking even bijkomen. Na een tijdje kan hij best weer even opgerekt worden, maar weer; niet te ver en niet te lang.

jezelf-zijn-op-het-werk-2

En dat is precies hoe het in de praktijk werkt met jezelf zijn op het werk.

Je bent dus wie je bent; jezelf, met je eigen persoonlijkheid. Een persoonlijkheid die je kunt oprekken richting die ‘gewenste persoonlijkheid’. Zolang dat binnen de ‘free traits’ marge valt, is er geen probleem. Dan ben je nog steeds wie je bent, alleen de gewenste versie van jezelf.

Stap je buiten die marge, dan begeef je je op gevaarlijk terrein. Pas dus heel goed op met proberen om de perfecte collega te zijn. Het kan je duur komen te staan als dat elastiekje knapt. En met een burn out schiet helemaal niemand iets op.

Waarom je voorál jezelf moet blijven: “Niemand houd van plastic bloemen”

Liever blijf je dus altijd zo dicht mogelijk bij jezelf, hoe zeer je ook denkt dat dat misschien niet voldoet op het werk. Heb je een belangrijke afspraak om een grote klant binnen te slepen, een functioneringsgesprek of een presentatie – dan mag je best gebruik maken van Little’s ‘free traits’. Rek dat elastiekje heel even op in je eigen voordeel, en laat het daarna weer rustig vieren. Ontspan, wees daarna vooral weer lekker je gewone zelf – in plaats van altijd maar vol op spanning te staan.

Waarom je je dat kunt permitteren? Omdat de perfecte collega niet bestaat – hoe zeer iedereen de rol ook probeert te spelen. Veel beter kun je jezelf tevreden en stress-vrij houden dan elke dag maar een bepaalde rol spelen voor je baas of collega’s. Als die je niet nemen zoals je bent (binnen de perken van de sociale normen en waarden, uiteraard) dan is er iets mis met hen – niet met jou.

jezelf-zijn-op-het-werk-5

Een wijze les over jezelf zijn op het werk die niet van dr. Little, maar van Jason Fried komt (grootmeester op het gebied van bedrijfsvoering en zakelijk succes) – uit zijn bestseller ‘Rework’:

“Niemand houd van plastic bloemen. De zakenwereld zit vol met ‘professionals’ die hetzelfde uniform dragen en proberen perfect te zijn. In werkelijkheid komen ze maar saai en stijf over. Niemand kan zich vinden in mensen als hen.

Wees niet bang om je tekortkomingen te laten zien. Imperfecties zijn echt en mensen houden van echt. Het is de reden waarom we echte bloemen die er telkens anders uitzien mooi vinden, en niet de plastic neppers die altijd hetzelfde blijven.”

Wees dus niet te precies over hoe je zou moeten praten en hoe je je zou moeten gedragen. Laat zien wie je bent, imperfect en alles. Ook op het werk. Daar zit een echtheid in die veel meer gewaardeerd wordt dan altijd maar diezelfde ‘nepbloem’: karakter en uniek zijn wint het altijd van de té glossy glimmende façade.

Spreek op je werk dus zoals je gewoon ook spreekt. Houd je niet in als je ergens ‘anders’ over denkt. Wees open over je eigen tekortkomingen. Laat zien waar je aan werkt, ook al is het nog niet af. Dúrf alles te laten zien.

Wat je dan bent is namelijk de belangrijkste en meest waardevolle ‘trait’ die er bestaat: oprecht.

Oprecht jezelf zijn op het werk is dus de sleutel tot meer werkplezier en ontspanning, waar ook Little met zijn elastiekjes-theorie het mee eens is. Het is ook dé manier om het op de lange termijn vol te houden op je werk: jezelf zijn, mét afwijkingen van het standaard-profiel, soms een korte oprekking waar het nodig is, en in elk geval zónder burn out.

 

X