Assertief woordenboek: verboden woorden & meer

Wanneer je assertief wil communiceren is het van belang om te letten op wat je zegt; je woorden dus. Een paar woorden zou je wél moeten gebruiken en een paar absoluut niet: de verboden woorden. Neem het assertief woordenboek eens door om effectiever te communiceren.

Assertief zijn is assertief communiceren. Assertief communiceren is: weten waar jij staat, weten waar de ander staat en zorgen dat jullie in het midden kunnen uitkomen. Om dat te doen zijn je verbale kwaliteiten essentieel. Woorden dus.

Welke woorden mogen wel, welke zijn een slecht idee, welke zijn aan te bevelen en welke woorden mogen absoluut niet – wanneer je assertief wil communiceren? Een lijstje van absoluut verboden tot zeer aan te raden woorden:

Verboden woorden

Altijd (“Jij laat ook altijd de dop van de tandpastatube open”)

‘Altijd’ pakt altijd verkeerd uit. ‘Altijd’ bestaat namelijk niet. Het is in 99% van de gevallen een hyperbool – een overdrijving. En die stoken het vuurtje alleen maar op wanneer je communiceert met een ander. Je roept met je extreme uitspraak een extreme reactie op bij de ander en bent zo verre van assertief bezig.

Nooit (“Het is ook nooit goed”)

Nog zo’n hyperbool. “Het is ook nooit goed”, is een populaire uitspraak die verre van assertief noch effectief is. Je roept wederom extreme reacties op.

Afgeraden woorden

Ik denk (“…dat ik het toch maar niet doe”)

Je denkt, je weet niet. Je bent onduidelijk wanneer je spreekt in termen van ‘denken’ en zegt eigenlijk iets loos. De ander kan er niks mee en jij komt onvast en onzeker over. “Ik geloof dat wij een afspraak hadden om om de beurt af te wassen” klinkt als een uitnodiging om over dit statement heen te walsen.

Hetzelfde geldt dus ook voor:

• Ik geloof dat
• Ik heb het idee dat
• Ik dacht

Aanbevolen woorden

Ik voel (“…me beledigd wanneer je zulke dingen tegen me zegt)

‘Ik voel’ is iets heel anders dan ‘ik denk’. Je duidt je gevoelens aan. Daar valt niet aan te twisten. Je bent duidelijk en eerlijk naar jezelf en de ander toe. Dat wordt van beide kanten gewaardeerd, waardoor een assertieve en vredige conversatie dichterbij komt.

Hetzelfde geldt voor uitingen van zintuiglijke waarnemingen. Daar kan ook niemand omheen.

• Ik zie
• Ik hoor

Verplichte woorden

Het is zo dat (“…doorwerken in het weekend de kans op een burn out ernstig vergroot”)

Kom met feiten. Als je feiten hebt over het een of ander binnen een gesprek, breng ze dan op tafel – dat ben je verplicht wanneer je assertief wil communiceren. Weet je iets over hetgeen waar je over communiceert? Houd dat feit dan nooit achter. Nee, nooit.

• Ik kies ervoor om (“…iets)

Dat is nog eens duidelijk. Je kiest. Je hebt gekozen. De keuze is gemaakt. De ander weet waar hij aan toe is en jij komt solide en vastberaden over. Vanuit daar kun je verder communiceren over de oorzaak van je besluit en mogelijk de gevolgen. Jij hebt in elk geval een duidelijk standpunt ingenomen waar je verder mee aan de slag kunt, zonder in een discussie om een punt heen te blijven hangen.

Aan de slag!

Probeer bepaalde woorden vaker te gaan herkennen wanneer ze (per ongeluk) in een discussie vallen. Probeer andere woorden te uiten wanneer je merkt dat je in een passieve of agressieve flow terechtkomt. En vermijd de verboden woorden te alle tijden om écht assertief te kunnen communiceren.

Wil je meer praktische tips over assertief communiceren en gesprekstechnieken? Lees dan over spreken met impact: 3 gesprekstechnieken om écht gehoord te worden.

X