Slachtofferrol hoort niet bij assertiviteit

Eén van de kenmerken van subassertieve mensen is dat ze de rol van een slachtoffer spelen. Zij zijn er niet aan schuldig dat collega’s en bazen misbruik van hen maken en over hen heen lopen; nee, de wereld is slecht.

Wie assertief is, neemt de verantwoordelijkheid voor dingen. Bij assertiviteit hoort geen slachtofferrol. Iemand die dat op hardhandige wijze –zo voelde het tenminste– leerde, is Linda Hollander. Toen zij op zoek moest naar een nieuwe baan werd haar aangeraden om een assertiviteitscursus te volgen. Dit bleek een schot in de roos te zijn.

Soms heb je mazzel. Dan loop je zo op je tenen dat alles fout gaat, je baas besluit dat je maar beter wat anders kan gaan doen en kom je bij een outplacementcoach terecht. Nou vond ik natuurlijk niet dat ik mazzel had toen dat op mijn pad kwam. Sterker nog: wat dacht dat mens wel niet? Ik deed hardstikke mijn best! Dat iedereen over mij heen liep en ik meer tijd kwijt was aan andermans klussen dan die van mezelf, daar kon ik toch niets aan doen? Toen kwam de uitsmijter: ik gedroeg me slachtofferig. Ohhhhhhh jakkes! Met de stoom uit mijn oren en pisnijdig kwam ik binnen bij de outplacementcoach. Ik was ervan overtuigd dat zij wel zou zien hoe oneerlijk het allemaal was. Ja, dat dacht je.

Assertiviteitstraining

“Jij gaat meedoen aan de training Assertiviteit”, zei ze de tweede keer. Pardon?!? Assertief was ik wel. Ik was niet op mijn bekje gevallen en stond meteen op mijn achterste poten als ik vond dat ik onheus bejegend werd. Nergens voor nodig. Maar de derde keer begon ze er weer over, en de vierde en de vijfde keer ook weer. Om van het gezeur af te zijn zei ik toen maar ja.

Gemene stomme bazen

En daar zaten we dan, acht mensen met de armen stijf over elkaar in afwachting van een cursus Nee leren zeggen. Ik bleek niet de enige te zijn met een gemene baas en stomme collega’s die misbruik maakten van de welwillendheid van anderen. De doos Kleenex ging als een bezetene rond terwijl de een na de ander uit herkenning en empathie mee begon te janken. Dat was een goed moment voor de trainer om ons allemaal eens even een lekker warm hart onder de riem te steken en haar begrip te tonen. Maar dat deed ze niet.

Waarom laat je over je heen walsen?

Wat zeg je tegen mensen als ze iets van je willen en je zit al tot over je oren in het werk? Hoe pak je die collega aan die binnen komt stormen om te kletsen als jij net in je flow zit? Hoe geef je aan wat jij nodig hebt? Waarom laat je het toe dat mensen over je heenwalsen? En waarom zijn de behoeftes van al die andere mensen belangrijker dan die van jezelf? Beduusd keken we elkaar aan en toen viel het kwartje. Jezelf centraal stellen is asociaal. Zeker als vrouw hoor je je dienstbaar op te stellen (dat het gros secretaresse was zegt ook wel iets). En kinderen die vragen worden overgeslagen. Hadden we zo weinig eigenwaarde? Waren we voor onszelf zo onbelangrijk?

Als ik iets wil dan vráág ik je wel!

Het was een mooie en leerzame training. Een paar maanden later had onze zoon een uitbarsting van frustratie omdat iets niet ging zoals hij wilde. Wat begrijpelijk is als je je mondeling niet echt goed kan uitdrukken. “Ik begrijp niet wat je wilt,” zei ik. “Als ik iets wil dan vráág ik je wel!” zei hij. En daar viel de euro. Als je iets wilt, dan vraag je er gewoon om. Als je niet vraagt, dan weet de ander niet wat je wilt. En wat doen wij meisjes van de jaren zeventig dan? Juist, mopperen en zeuren en slachtofferen.

Mijn baas had gelijk

Sinds ik heb geleerd om te vragen is het leven een stukje makkelijker geworden. Ik vind mezelf heel wat leuker dan een jaar geleden. Alhoewel het woord ‘nee’ uiteindelijk niet eens gevallen is tijdens de training ben ik uiteindelijk best wel goed geworden in het uitspreken ervan. En het gaat steeds makkelijker. Laatst bedacht ik me dat ik me ook geen slachtoffer meer voelde. En dat mijn baas eigenlijk gelijk had.

Kinderen die niet vragen worden overgeslagen

Kinderen die niet vragen worden overgeslagen. “Ik vond de eerste versie toch altijd al stom,” zegt mijn moeder. Dit jaar krijgen ze allemaal een tegeltje van me voor Kerst met mijn nieuwe lijfspreuk.

Bron: ConFront.

Wat Linda op het einde zegt is ook een belangrijk punt. Niet alle Nederlandse spreekwoorden en gezegden zijn op waarheid berust. Ergens om vragen is juist goed; zo laat je weten wat je wilt en houden mensen eerder rekening met je. Dankzij de assertiviteitstraining zijn Linda’s ogen open gegaan en komt ze nu stukken beter voor zichzelf op.

X